Land International
Taal Nederlands

Het merk van legenden

10 teams, honderden renners, talloze overwinningen. De aanwezigheid van Etxeondo in het professionele wielrennen is sinds 1983 een constante factor. Van Vlaanderen tot Roubaix , van Luik tot Lombardije, van de Tour tot de Vuelta; het gaat van succes tot succes.

De grote namen uit de sport vertrouwden op Etxeondo voor betrouwbaarheid en comfort en koersten naar geweldige momenten in hun carrière: Sean Kelly denderde over de kasseien van Aremberg, Pedro Delgado vloog door het hoogebergte in de grote rondes en Miguel Indurain markeerde een tijd van grote dominantie in de sport. Deze renners en nog veel meer hebben hun naam onuitwisbaar in de historie van Etxeondo geschreven. In een sport die rijk is aan verhalen, hebben deze coureurs samen met Etxeondo de euforie op de mooiste momenten gedeeld.

Tour de France 1983

Ángel Arroyo

Het debuut van Etxeondo in het professionele peloton was spectaculair. In 1983 verzorgde Etxeondo de uitrusting van zowel het Reynolds-team als dat van ZOR. De Etxeondo koerstruien kwamen in meer dan 100 keer als eerste over de streep. Alberto Fernández (ZOR) was al 3e geworden in de Giro d'Italia en 3e in de Vuelta a España, voor zijn teamgenoot Alvaro Pino, waarna Angel Arroyo en zijn Reynolds team naar de Tour de France kwamen. Na twee weken koers was Angel Arroyo er niet in geslaagd om bij een etappe in de top 10 te eindigen, maar in de 15e etappe, een zware tijdrit naar de Puy de Dôme, won hij de etappe met 14 seconden verschil van zijn teamgenoot Pedro Delgado, die zijn eerste jaar als professional reed. Arroyo steeg naar de 5e positie van hetr algemeen klassement en veroverde de eerste overwinning voor Etxeondo in de Tour. Een geweldige dag in een klassieke Alpenetappe over de Glandon, de Madeleine, de Aravis, de Colombière en de Joux-Plane, brachtte hem dichter bij het podium. Zijn consistentie in de laatste tijdritten in Avoriaz en Dijon, leverde hem de 2e plaats op in Parijs, net achter Laurent Fignon .

Vuelta España 1985

Miguel Induráin

Big Mig. Het buitenaardse wezen. 5 keer winnaar van de Tour de France. 2 keer winnaar van de Giro d'Italia. Houder van het werelduurrecord. Lang voordat hij dit allemaal realiseerde, had een heel jonge Miguel Indurain in 1985 al tekenen van zijn klasse laten zien in de Ronde van Spanje. Het talent van Indurain was geen geheim. Hij was de jongste kampioen van Spanje met een leeftijd van 18 jaar en maakte zijn debuut bij het Reynolds team in de laatste koersen van 1984. Hij verspilde geen tijd, en won meteen de tijdrit in de Tour de L'Avenir, slechts een week na de overstap naar de professionals. Het volgende jaar met slechts 20 jaar en 8 maanden oud, was hij de jongste wielrenner die de leiderstrui in de Vuelta a España droeg. Hij had hem aan gedurende 4 etappes, na in de proloog als tweede geëindigd te zijn achter Bert Oosterbosch. Het zou tot 1991 duren voordat Indurain eindelijk de Tour de France zou winnen, maar de weg naar succes, zijn dominantie in de tijdritten en zijn klasse in de bergen waren al eerder bepaald.

Milan-San remo 1986

Sean Kelly

In een tijd waarin de beste wielrenners zich minder specialiseerden en meer koersen reden, was Sean Kelly de archetypische alleskunner. "King Kelly", zoon van Ierse boeren, kon op bijna elk terrein en op elk moment winnen. Kelly had de snelheid om de snelste sprinters te verslaan en was handig genoeg om te overleven in het hooggebergte; dit talent gekoppeld aan een ijzeren wil en honger naar success maakte hem tot een groot kampioen. Maar het was in 1986, wanneer zijn grootse dadendrang zich echt toonde. Kelly, uitkomend voor het KAS-team, had al Paris-Nice gewonnen en ging daarna voor de klassieker Milaan-San Remo. Hij bond de strijd aan met Greg Lemond en Mario Becca tijdens de beroemde beklimming van de Poggio en versloeg ze vervolgens op de Via Roma in de sprint. Dat was nog maar het begin. Kelly was al zijn rivalen de baas dat voorjaar; hij won de Ronde van het Baskenland, Catalonië en de klassieker Parijs-Roubaix. Hij eindigde als tweede in de Ronde van Vlaanderen, won het Criterium International en De Panne en werd derde in de Vuelta, waarin hij ook het puntenklassement won. Hij bevestigde daarmee zijn status als de meest complete renner van zijn generatie.

Tour de France 1988

Pedro Delgado

Pedro Delgado, een renner met een talent voor het laten ontbranden van de grootste wedstrijden in het hooggebergte, vond zijn bestemming al vroeg in zijn carrière, tijdens de Tour van 1983 toen hij reed voor Reynolds: "Vlakke wegen, de kasseien, het helse ritme... Ik vroeg me af wat ik aan het doen was, maar toen kwam ik in de bergen en ik zat ik in de top 20, toen bij de eerste 10, en vervolgens eindigde ik een etappe als tweede vlak achter Robert Millar." Perico, de explosieve en onvoorspelbare klimmer van Segovia, won de Tour van 1985 en eindigde als tweede in de Tour van 1987 na een titanengevecht met de Ierse Stephen Roche. De volgende zomer loste Delgado zijn belofte in. Hij nam de gele trui over tijdens de 12e etappe naar de Alpe d'Huez, nadat Reynolds de koers over de Alpen had laten ontbranden. De volgende dag won hij de tijdrit in Villard de Lans en consolideerde hij daarmee zijn overwinning in de Tour - en die van Etxeondo - voor Steven Rooks en Fabio Parra.

Tour de France 2001

Roberto Laiseka

Euskaltel-Euskadi was meer dan een wielerteam. Gestart door een groep Baskische fans in 1994, was het de manifestatie van de culturele identiteit van de regio en een ongelooflijk enthousiasme voor sport. Een Baskisch team voor Baskische renners, uitgerust door Baskische bedrijven. Een echte ploeg van het volk. De klimmer Roberto Laiseka, die vanaf het allereerste begin bij de ploeg was, zorgde voor de langverwachte doorbraak in een grote ronde toen hij wegreed bij Jan Ullrich. Hij kon Frank Vandenbroucke voorblijven tot aan Abantos in de Vuelta van 1999 en pakte de overwinning. Laiseka won het jaar daarop opnieuw, dit keer bij Arcalis, waarmee het team een ​​wild card verdiende voor de Tour de France 2001. Euskaltel, in zijn iconische oranje outfit, stelde niet teleur. En ook Laiseka liet zich zien. Op een brandende dag in de Pyreneeën viel hij 10 kilometer van de top van Luz Ardiden aan, pakte de ontsnapte Italiaan Wladimir Belli terug en reed alleen naar de overwinning door een enorme tunnel van geluid, gevormd door de duizenden enthousiaste in oranje geklede Baskische fans.

Tour 2003

Haimar Zubeldia

Twee jaar na de emotionele overwinning van Roberto Laiseka op de Luz Ardiden, kwam Euskaltel-Euskadi in 2003 terug naar de Tour de France met een nog sterkere ploeg onder leiding van Haimar Zubeldia en de enigmatische Iban Mayo met als doel een goed klassement te rijden. Na 2 weken koers waren beide renners in de race voor een podiumplaats met een klassieke Pyreneeënetappe tussen Bagnères de Bigorre en Luz Ardiden voor de boeg.

Op de een na laatste klim van de dag, de machtige Col du Tourmalet, ervoer Haimar Zubeldia een van de mooiste momenten uit zijn carrière. ¨Ik was heel goed. De oranje fans brulden aan de kant van de weg, ze juichten ons toe, ze brachten ons boven naar de top. Iban en ik zetten een sterk tempo in. Armstrong en Ullrich hielden ons wiel terwijl Hamilton en Vinokurov, met wie de strijd om het podium ging, een gaatje lieten vallen. Dit was onze kans.

"Nadat we over de top gingen met een signifcante voorsprong beval onze sport director Julián Gorospe om de afdaling rustig te nemen en om te herstellen voor de laatste klim naar Luz Ardiden. De vijand hing in de touwen en we hadden het af kunnen maken als we vol gas de afdaling hadden genomen, maar we besloten om op safe te spelen en niet het risico van een valpartij te nemen. Het podium verdween uit zicht. De gelosten kwamen terug in de afdaling en we finishten samen.

We hadden een gedenkwaardige Tour, met mij op de 5e positie en Iban op de 6e plek. We zullen ons altijd blijven afvragen wat er zou zijn gebeurd als we het hadden gewaagd, maar we hebben geen spijt van de genomen beslissing. We hadden heel weinig ervaring en voor het team waren die top tien klasseringen een grote overwinning. "

Paris-Roubaix 2015

John Degenkolb

Bijna twee decennia na de dubbel van Sean Kelly, werd een andere Etxeondo coureur de eerste renner die Milaan-San Remo en Parijs- Roubaix in hetzelfde jaar won na de Ier in 1986. Het buitenaardse talent van John Degenkolb was altijd al voorbestemd voor de stratosfeer. De Duitse zilveren medaillewinnaar op de U23 Wereldkampioenschappen 2010, werd net als Kelly van een sprinter een renner die in de grote klassiekers een grote rol kon spelen. 2014 was een seizoen van de bevestiging voor de Giant-Alpecin renner, met een overwinning in Gent- Wevelgem en vier etappes in de Vuelta. In de Primavera van het jaar daarna, overleefde Degenkolb de Poggio en versloeg Alexander Kristoff in een hectische finale van Milaan-San Remo. Degenkolb ging naar de Hel van het Noorden nadat hij als zevende was geëigend in Vlaanderen. Op 11 kilometer van de meet kon hij met een reuzeninspanning het gat dichten met de twee leiders in de koers. Uiteindelijk reden zeven renners het Velodrome van Roubaix binnen en niemand kon de dodelijke eindsprint van Degenkolb matchen en hij hief zijn armen op de finishlijn. Kelly, kijkend vanuit zijn commentatorstoel voor de televisie, zal hem zonder twijfel zijn zegen hebben gegeven.

Giro Ditalia 2017

Tom Dumoulin

De 100e Giro d’Italia was het decor van een klassieke tweestrijd: Team Sunwebs machtige tijdrijder Tom Dumoulin die in de Vuelta 2015 had laten zien een grote ronde aan te kunnen versus Movistars kleine klimmer Nairo Quintana, de maglia rosa winnaar van 2014. De Nederlander hield Quintana bij de eerste finish bergop, de Blockhaus, keurig in bedwang en gaf vervolgens een masterclass tijdrijden in Montefalco waarin hij de concurrenten op grote achterstand zette en de leiding overnam.

Quintana gaf meer tijd toe tijdens de rit naar de Oropa in etappe 14; Dumoulin counterde en won de etappe en naar het leek ook de eindoverwinning. De veelbesproken 16e etappe met twee beklimmingen van de Stelvio deed de koers kantelen. Quintana en regerend kampioen Vincenzo Nibali pakte tijd terug op weg naar Bormio toen de man in het roze met maagproblemen kort moest stoppen tijdens de slotklim. Dumoulin reed de laatste 30km praktisch in zijn eentje en kon de leiding behouden met 31 seconden.

Met vier etappes in de bergen te gaan werd Dumoulin constant aangevallen en alleen in de 20e etappe moest hij in de slotkilometers tijd toegeven op Quintana, op 53 seconden van de Colombiaan. Met een vlakke tijdrit van 19.3km als laatste etappe van het race circuit van Monza naar de Duomo kathedraal in Milaan was dat verschil voor Quintana niet genoeg en de Colombiaan leek het te weten. Dumoulin, in zijn Etxeondo Falcon tijdritpak, was onhoudbaar; hij won de Giro en zijn eerste grote ronde. Met zijn 26 jaar en met een compleet arsenaal aan capaciteiten, en nu ook de wereldtitel tijdrijden die hij won in Bergen, zou dit niet zijn laatste Grand Tour overwinning moeten zijn.